Ik vind je mooi

Vandaag zat ik tegenover een prachtige vrouw. Ze droeg de bescheidenheid van een vrouw die niet door heeft hoe mooi ze is. En een hoofddoek. Ze zat schuin tegenover me in de trein en las wat in haar gratis krant. Ik ook, maar ondertussen moest ik steeds naar haar kijken.

Mooi   
Ik was blij dat ze niet doorhad dat ik steeds keek. In gedachten verzon ik wel vast een verhaaltje voor het geval dat. ‘Sorry dat ik steeds kijk, maar ik vind je nogal mooi.’ Vervolgens bedacht ik wat zij dan zou zeggen. ‘Oh’ leek me nog het handigst. Waarna we verlegen maar zusterlijk naar elkaar zouden glimlachen om vervolgens weer in de krant te duiken. Van waaruit we natuurlijk niet nog eens durfden opkijken. Toch zeker niet tot Utrecht Centraal.

Een kenau  
Maar wat als ze iets zou zeggen als: ‘Doe normaal zeg, trut!’ Dan werd ze minder mooi, dat wel. Want karakter doet ook veel. Schoonheidtechnisch gezien. Deze vrouw had naast een prachtig gezicht en mooie handen ook vast een lief karakter. Al kon ik dat natuurlijk niet met zekerheid zeggen. Maar de manier waarop ze rustig en sierlijk haar kaartje voor de conducteur uit haar portemonnee haalde matchte niet met mijn beeld van een kenau.

Perron 19a    
Ze had geen ‘oh’ gezegd, dus toen ik nog eens keek begon ik me af te vragen hoe haar haar zou vallen wanneer ze haar hoofddoek niet droeg. Ik veronderstel ook mooi. Vast lang en vol. En daarna vroeg ik me af waarom ik eigenlijk niet gewoon zei dat ik haar even wilde complimenteren met haar schoonheid. Een mens moet toch iets vriendelijks tegen een ander mens kunnen zeggen? Gewoon voor de aardigheid. Misschien was ze zelf onzeker en had twijfels gehad over haar uiterlijk voordat ze vanmorgen haar jas had aangetrokken. Dan kon ik een klein verschil maken, misschien wel haar dag. Over die gedachte deed ik tot aan de roltrap bij perron 19a. Toen was ze natuurlijk al lang weg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *