Alle berichten van Ellen Boekelaar

Volgens haar: Ja leuk! De loopband

Vroeger was alles beter. Vroeger had ik nog zin, woog ik minder en had ik een sixpack nog voor het woord was uitgevonden. Ik was gewoon lekker bezig. In de sportschool. Dat waren nog eens tijden.

Fanatiek
Je had de zware jongens en daar hoorde ik bij. De die-hards. De jongens en meisjes van de shakes, de uitgekiende trainingsschema’s en de club waar de beginners best wel even plaats voor maakten. Ik voerde discussies met afvalligen dat bodybuilddames helemaal niet net mannen waren. Hallo! Vind je mij een manwijf dan? Nou dan! En ik werd niet eens zo erg agressief, want ik was een ‘natural’. Een schepje extra eiwit à la, maar anabolen daar deed ik niet aan.

Loopband
Maar toen kwam de liefde. En van de liefde kwam een baby. De sportschooltraining werd zwangerschapsgym, de zwangerschapsgym werd babyzwemmen. Het babyzwemmen werd kleutergym. Daarmee verdween het samenwerkingsverband en ik van het sporttoneel. Dat was natuurlijk geheel mijn eigen schuld, dikke bult. En over dikke bult gesproken…Nou, dat niet echt. Heus, wanneer je goed voelt, kun je nog iets van een prehistorisch sixpackje terugvinden. Onder mijn moederlijk zwembandje. Helemaal niet erg. Wel erg is de teloorgang van de conditie. Dus toen zelfs de foto’s van het babyzwemmen door het verstrijken der jaren hun glans begonnen te verliezen was dat een teken. Ik moest maar weer eens naar de sportschool.

Hartslag
Hij kende me nog. Een van de die-hard bodybuilders was nu trainer. Het weerzien met hem was wel aardig. Een confrontatie van vergane glorie, dat wel. Maar goed…Gelukkig hadden we onze sterke karakters nog. “Schemaatje doen maar?” “Doe maar ja, ik weet het allemaal niet meer zo goed.” “Ach joh, je pikt het zo weer op,” loog hij, “begin maar vast 10 minuutjes op de loopband.” Tien minuten? Zo lang? Na een paar seconden al zat ik op hartslag 145. Echt wel dat het nodig was.

Volgens haar: Relatie met afstand

Laat ik gelijk maar duidelijk zijn. Ik ben regelmatig een enorme voorstander van afstand. Nee, ik ben geen kouwe, ja ik knuffel en frutsel wat af, maar dit lukt alleen wanneer je niet de hele drukke dag bovenop mijn lip zit. Ja? Afstand graag voor je me verstikt. Dank u!

Doelgerichte actie
Stiekem twijfel ik of ik wel een échte vrouw ben. Of misschien kan ik beter niet meer geloven in de clichés over echte vrouwen. Zo draai ik in de liefde mijn hand niet voor om a-romantische acties. Een minuutje of drie wat voorspel -I hate the word-  vind ik ruim voldoende. Een simpele aankondiging als ‘Zeg, voel jij wat ik voel?’ heb ik eigenlijk liever. Houd ik tenminste nog wat tijd over. Ga toch zeker niet uren in ogen zitten staren en woordjes slijmen als ik ook nog iets anders kan doen?

Erg
De aversie is erin geslopen om praktische reden. Ja, ja, ik hoor de psychologen al zuchten. Dat ik iets heb opgelopen. Iets ergs waarschijnlijk. Waardoor mijn zachte, vrouwelijke kant niet meer durft. Maar mijn eigen hypothese voldoet prima. Nooit kwam ik namelijk eens een man tegen die niet direct meer wilde wanneer ik gewoon een beetje plakte voor de knus, de schouder en wat warmte. Voor ook andere mensen dan psycholgen gaan steigeren: Dat lag niet aan mij als soort van compliment, dat lag aan het verwachtingspatroon van de man.

Randvoorwaarden
Gaf ik een man een zoen die langer duurde dan twee seconden dan gleden er ogenblikkelijk handen richting bilpartij en verandert er iets in de ademhaling. Zijn handen, mijn billen, zijn ademhaling. Dat vond ik een grote verantwoordelijkheid en een zwaar juk. En daarom werd ik van de afstand. Want het werd zo naar om steeds te moeten zeggen dat ik écht alleen maar even een hugh wilde. Dat kusjes soms ook een spontane uiting van vreugde of liefde zijn. Geen belofte met dichtgetimmderde randvoorwaarden. Maar ja, maak dat zo’n man maar eens duidelijk. Dan werkt afstand een stuk sneller. 

Vrouw relatie: Te druk voor geluk

Oh mijn hemel, daar is er weer een
uit grootmoeders doos. Maar het is wel waar. Niemand gaat je gelukkig maken als
je niet een beetje blij wordt van jezelf. En dat, dames en heren, is een lange
weg. Je begint goed. Als ukkepuk voel je:
‘met mij is helemaal niets mis’. Maar je bent er nog maar net of de ellende
begint. Je doet het anders dan anderen. Loopt misschien later, praat anders,
leert anders, kleedt je anders, reageert anders. En daar komt allemaal
commentaar op. Gefeliciteerd! Je bent op weg jezelf te verliezen. 

Resetten
Dan word je puber, the dark side of life. Adolescentie,
nog zo’n leuke. Maar dan ben je er ook bijna. Je staat
op de grens van de
volwassenheid. Keurig gedaan! Maar dan moet je terug. In mijn ogen ben je de
rest van je leven bezig te resetten met waar je in je jeugd niet tegenop kon. Gelukkig,
op dat punt van je leven krijg je een partner. Hij of zij maakt alles goed, of
dan tenminste dragelijk. Partners zijn perfecte bliksemafleiders. Verliefd zijn
is geweldig! Vleugels, vioolmuziek, passie, het kan niet op. Maar na de roes
komt de realiteit.

Zo druk
In mijn omgeving zie ik nogal wat stellen die steeds weer nieuwe
bliksemafleiders zoeken. Elk weekend zit vol, er komt een huis, een
verbouwing, een carrière, ander huis, andere verbouwing, ander project,
kinderen… Er moet beweging blijven anders slaat de relatiecrisis toe. Wie
niets om handen heeft gaat weer voelen. Hè gatsie. Hoe vaak zie je niet dat
stellen uit elkaar gaan net wanneer het huis gekocht is, verbouwd is en
ingericht. Dat komt niet omdat ze het niet eens werden over de tegeltjes of het
nieuwe bankstel. Dat komt omdat ze te lang hun leven gebruikt hebben om maar
niet te hoeven resetten. Onder het dunne laagje vinex en Ikea zit een zoekend
mens. ‘Maar ik ging nu toch gelukkig worden? Daar heb ik dit alles toch voor? Daar
heb ik ik jou, ons toch voor?’ Fout, daar heb jezelf voor.

Volgens haar: Te druk voor geluk

Oh mijn hemel, daar is er weer een uit grootmoeders doos. Maar het is wel waar. Niemand gaat je gelukkig maken als je niet een beetje blij wordt van jezelf. En dat, dames en heren, is een lange weg.

Je begint goed. Als ukkepuk voel je: ‘met mij is helemaal niets mis’. Maar je bent er nog maar net of de ellende begint. Je doet het anders dan anderen. Loopt misschien later, praat anders, leert anders, kleedt je anders, reageert anders. En daar komt allemaal commentaar op. Gefeliciteerd! Je bent op weg jezelf te verliezen. 

Resetten  
Dan word je puber, the dark side of life. Adolescentie, nog zo’n leuke. Maar dan ben je er ook bijna. Je staat op de grens van de volwassenheid. Keurig gedaan! Maar dan moet je terug. In mijn ogen ben je de rest van je leven bezig te resetten met waar je in je jeugd niet tegenop kon. Gelukkig, op dat punt van je leven krijg je een partner. Hij of zij maakt alles goed, of dan tenminste dragelijk. Partners zijn perfecte bliksemafleiders. Verliefd zijn is geweldig! Vleugels, vioolmuziek, passie, het kan niet op. Maar na de roes komt de realiteit. 

Relatiecrisis  
In mijn omgeving zie ik nogal wat stellen die steeds weer nieuwe bliksemafleiders zoeken. Elk weekend zit vol, er komt een huis, een verbouwing, een carrière, ander huis, andere verbouwing, ander project, kinderen… Er moet beweging blijven anders slaat de relatiecrisis toe. Wie niets om handen heeft gaat weer voelen. Hè gatsie. Hoe vaak zie je niet dat stellen uit elkaar gaan net wanneer het huis gekocht is, verbouwd is en ingericht. Dat komt niet omdat ze het niet eens werden over de tegeltjes of het nieuwe bankstel. Dat komt omdat ze te lang hun leven gebruikt hebben om maar niet te hoeven resetten. Onder het dunne laagje vinex en Ikea zit een zoekend mens. ‘Maar ik ging nu toch gelukkig worden? Daar heb ik dit alles toch voor? Daar heb ik ik jou, ons toch voor?’ Fout, daar heb jezelf voor.